De vraag is niet óf, maar wanneer we gaan bouwen in het groen

Als de politici in Den Haag het afgelopen verkiezingscampagne over één onderwerp eens waren, was het wel het tekort aan betaalbare woningen. ‘We moeten bouwen, bouwen, bouwen’, klonk het met enige regelmaat uit de monden van Mark Rutte, Sigrid Kaag en Wopke Hoekstra

 

Het antwoord op de vraag wáár al die nieuwe woningen dan moeten komen, lieten ze meestal in het midden. Toch is het nauwelijks voor te stellen dat het een heikel punt wordt aan de formatietafel.

 

Met een tekort van 331.000 woningen en de voorspelling dat dit tekort de komende jaren alleen maar verder zal toenemen, zijn de problemen op de woningmarkt inmiddels zo groot en urgent dat het zoeken naar bouwmogelijkheden binnen bestaande dorps- en stadsgrenzen simpelweg niet meer volstaat.

 

Wie het woningtekort wil oplossen én de natuur wil behouden, ontkomt er niet aan om ook op agrarische grond te bouwen. Dat concludeerde ook een groot collectief van bouwbedrijven dat deze winter een actieplan opstelde om de bouw van een miljoen woningen binnen tien jaar mogelijk te maken.

Het is ook de reden dat onze klanten bij HVC Vastgoed ervoor kiezen om een deel van hun vermogen te investeren in strategisch gelegen agrarische grond. Vanwege de schaarste is de waarde van grond vrij stabiel, en mocht het bestemmingsplan in de toekomst veranderen, kan het een aardig rendement opleveren.

 

Dat politici terughoudend zijn als het om bouwen op agrarische grond gaat, vind ik niet vreemd.

Het is een gevoelig onderwerp, zeker voor agrarisch ondernemers en mensen die nu dagelijks genieten van een vrij uitzicht. We zijn allemaal voorstander van betaalbare woningen en een groene leefomgeving, zolang de nieuwe woonwijk of windmolen maar niet in onze achtertuin wordt gebouwd. Dan vinden we het ineens een stuk minder leuk.

 

Maar dat het nodig is, is wel de realiteit.

 

Natuurlijk helpt het niet dat tijdens de financiële crisis de hele bouw werd stilgelegd, dat de rente laag staat en de huizen alleen maar duurder worden, maar de oorzaak van het probleem blijft hetzelfde: er zijn te weinig huizen. Het dreigt zelfs voor een tweespalt te zorgen in onze samenleving. Met aan de ene kant huizenbezitters die hun vermogen ieder jaar zien groeien en aan de andere kant starters die hun droom van een eigen huis steeds verder weg zien drijven.

 

Deze kloof is alleen te dichten met een lange termijnvisie. De woningnood is immers geen natuurramp of een virus uit China, dat ons ineens is overkomen. Het is het gevolg van jarenlang falend beleid. Ik ben dan ook heel benieuwd of het nieuwe kabinet het straks aandurft om een nieuwe weg in te slaan. Bijvoorbeeld door de regie niet bij de gemeenten te laten, maar weer zelf in handen te nemen.

 

Van de oplossing zijn ze in ieder geval op de hoogte: bouwen, bouwen en nog eens bouwen. Nu de uitvoering nog.

 

Freek Schenk

Algemeen directeur HVC Vastgoed